Wat een klant mag kosten, weet je pas als je weet wat hij oplevert.
Het korte antwoord
Customer lifetime value is wat een klant je aan brutomarge oplevert zolang hij klant is. Een deel daarvan mag je uitgeven om hem binnen te halen: je maximale customer acquisition cost. Voorbeeld: een klant levert 12.000 euro marge op. Zet je een kwart in, dan mag hij 3.000 euro kosten. Wordt één op de vijf aanvragen klant, dan mag één aanvraag 600 euro kosten.
In het kort
- Klantwaarde reken je op marge, niet op omzet.
- Wat een klant mag kosten, is een deel van die klantwaarde. Welk deel, kies je zelf.
- Wat een aanvraag mag kosten, volgt uit hoeveel aanvragen klant worden.
- Een dure aanvraag die vaak klant wordt, is goedkoper dan een goedkope die dat zelden wordt.
Wat is customer lifetime value in gewoon Nederlands?
Je marketeer of bureau gebruikt drie Engelse termen. Achter elke term zit een vraag die je allang stelt.
Je begint bij wat een klant oplevert en rekent terug naar wat een aanvraag mag kosten. Veel rapporten beginnen aan de andere kant: ze melden de kosten per aanvraag en zeggen niet of dat veel is.
| Term | Gewoon Nederlands | De vraag erachter |
|---|---|---|
| Customer lifetime value (CLV) | Klantwaarde | Wat levert een klant op zolang hij blijft? |
| Customer acquisition cost (CAC) | Kosten per nieuwe klant | Wat kost het om er één klant bij te krijgen? |
| Cost per lead (CPL) | Kosten per aanvraag | Wat kost één aanvraag of offerteverzoek? |
Hoe reken je uit wat een klant en een aanvraag mogen kosten?
Begin met vier getallen uit je administratie. De gemiddelde orderwaarde. Het aantal orders per klant per jaar. Het aantal jaren dat een klant blijft. En je brutomarge: wat overblijft na inkoop en andere directe kosten. Bij een webshop ook na verzending, retouren en betaalkosten.
De eerste drie maal elkaar is de omzet per klant. Maal je marge is dat de klantwaarde. Een deel daarvan mag naar werving: het maximum per nieuwe klant. Maal het deel van je aanvragen dat klant wordt, is dat het maximum per aanvraag.
Bij een webshop is de eerste bestelling de aanvraag. Vul daar 100 procent in. Tel je alleen bruikbare aanvragen, vul dan in welk deel daarvan klant wordt.
Hieronder staat de som voor een dienstverlener en een webshop. De rekenhulp opent met de dienstverlener.
| B2B-dienstverlener | Webshop | |
|---|---|---|
| Gemiddelde orderwaarde | 5.000 euro | 80 euro |
| Orders en looptijd | 2 per jaar, 3 jaar | 3 per jaar, 2 jaar |
| Omzet per klant | 30.000 euro | 480 euro |
| Klantwaarde | 12.000 euro bij 40 procent marge | 240 euro bij 50 procent marge |
| Maximaal per nieuwe klant | 3.000 euro | 60 euro |
| Maximaal per aanvraag | 600 euro | 60 euro per eerste bestelling |
Rekenhulp
Reken uit wat een klant mag kosten
Vul je orderwaarde, het aantal orders per jaar, de looptijd en je brutomarge in. Kies welk deel van de klantwaarde naar werving mag en welk deel van je aanvragen klant wordt.
- Klantwaarde (marge over de looptijd)
- Maximale kosten per nieuwe klant
- Maximale kosten per aanvraag
Een rekenhulp, geen advies. De uitkomst is zo goed als de getallen die je invult.
Welk deel van de klantwaarde besteed je aan werving?
Dit is geen rekensom maar een keuze. Uit de klantwaarde komen ook je verkopers, je vaste kosten en je winst.
De vuistregel die je vaak hoort, klantwaarde is drie keer de wervingskosten, komt neer op een derde inzetten. Hij is bekend uit de softwarewereld, met abonnementen en hoge marges. Gebruik hem als startpunt, niet als norm.
Kies lager als je groeit op eigen geld of als je marge dun is. Kies hoger als klanten lang blijven.
Kijk naar de terugverdientijd. Bij de dienstverlener kost een klant maximaal 3.000 euro en levert de eerste order 2.000 euro marge op. Pas na de tweede order, een half jaar later, heb je het terug. Bij de webshop mag een klant 60 euro kosten, terwijl de eerste bestelling 40 euro marge brengt. Je legt 20 euro per klant toe tot de tweede bestelling, gemiddeld vier maanden later. Die tijd schiet je voor. Komt de tweede bestelling niet, dan heb je verlies gekocht.
Waar gaat de som in de praktijk mis?
Vier fouten zie ik steeds terug. Ze maken de klantwaarde hoger of de kosten lager dan ze zijn.
- Omzet in plaats van margeBij 30.000 euro omzet per klant lijkt 7.500 euro per nieuwe klant redelijk. Op marge gerekend is het 3.000 euro.
- Een looptijd die niemand heeft nageteldVijf jaar is snel gezegd. Tel hoeveel klanten van drie jaar geleden vorig jaar nog bestelden. Bij een webshop: welk deel van je nieuwe klanten kwam binnen een jaar terug? Reken met dat getal, niet met je trouwste klant.
- Alleen advertentiekosten tellenDe kosten per nieuwe klant zijn alle marketingkosten gedeeld door het aantal nieuwe klanten. Ook het bureau en je marketeer. Een bestaande klant die via een advertentie terugkomt, telt niet als nieuw.
- Eén gemiddelde voor alle klantenEen klant die één keer bestelt en een klant met een jaarcontract horen niet in hetzelfde gemiddelde. Reken per groep.
Waarom is de goedkoopste aanvraag niet de beste?
Kosten per aanvraag is het getal dat je het makkelijkst omlaag krijgt. Maak het formulier korter en adverteer breder. Je krijgt meer aanvragen, en je verkoper meer gesprekken die nergens toe leiden.
Vraag per kanaal twee getallen: wat een aanvraag kost en welk deel klant wordt. Hoe je dat met sales vastlegt, staat bij B2B leadgeneratie.
Rekenvoorbeeld
Stel: kanaal A levert aanvragen voor 100 euro per stuk en één op de twintig wordt klant. Een klant kost dan 2.000 euro. Kanaal B kost 400 euro per aanvraag en één op de vier wordt klant: 1.600 euro per klant. Het kanaal met de dure aanvragen is het goedkoopst. En het kost je verkoper vier gesprekken per klant in plaats van twintig.
Stuur op wat een klant kost. Wat een aanvraag kost, is een tussenstand.
Wat doe je met de uitkomst?
Leg de drie getallen naast wat een klant en een aanvraag je werkelijk kosten.
Zit je er ruim onder, dan is er ruimte om meer uit te geven. Reken er wel op dat de volgende klant meer kost dan de gemiddelde. Hoeveel, reken je uit bij marketingbudget bepalen. Zit je erboven, dan zoek je uit welk kanaal het gemiddelde omhoog trekt.
Geef het maximum per aanvraag door aan wie je campagnes beheert. Een bureau dat weet dat een aanvraag 600 euro mag kosten en dat één op de vijf klant moet worden, kiest anders dan een bureau dat meer leads moet leveren.
Veelgestelde vragen
Wat is een goede verhouding tussen klantwaarde en wervingskosten?
Een vaste norm is er niet. Drie op één hoor je vaak: een derde van de klantwaarde naar werving. Zit je ver boven drie op één, dan laat je misschien groei liggen. Zit je eronder, dan blijft er weinig over voor de rest van je bedrijf.
Hoe bereken ik de klantwaarde als ik nog weinig historie heb?
Reken dan alleen met het eerste jaar. Wat je over jaar twee en drie aanneemt, is een gok. Pas de som aan zodra je weet hoeveel klanten na een jaar terugkomen.
Wat mag een lead kosten in B2B?
Dat verschilt per bedrijf. In het voorbeeld op deze pagina is het 600 euro. Bij een orderwaarde van 500 euro en verder dezelfde getallen is het 60 euro.
Tel ik mijn verkopers mee in de kosten per nieuwe klant?
Op deze pagina niet. Kosten per nieuwe klant zijn hier alle marketingkosten, gedeeld door het aantal nieuwe klanten. Je verkopers betaal je uit de rest van de klantwaarde. Kost verkopen veel tijd per klant, kies dan een kleiner deel voor werving. Houd één definitie vast, anders vergelijk je elke maand iets anders.
Wat als klanten maar één keer kopen?
Dan is de klantwaarde de marge op één order, en betaal je de werving daar direct uit. Vul één order en één jaar in.
Lees ook
- Richting kiezenGoede B2B leadgeneratie levert vaak minder aanvragen op. En betere.B2B leadgeneratie
- Grip op de cijfersEen ROAS van 4 klinkt goed. Tot je je marge erbij pakt.ROAS, POAS en break-even
- Grip op de cijfersJe marketing ROI berekenen is één som. Drie fouten maken hem te mooi.Marketing ROI berekenen